Selecteer een pagina

Afgelopen weekend ontmoette ik Gregg McNeill, een naar Schotland uitgeweken Amerikaan, die de ambachtelijke fotografische techniek van de tintype beheerst. Dit is een historische techniek waarbij men een niet-reproduceerbaar beeld maakt op een tinnen plaat. Omstreeks 1839 bedacht de Fransman Louis Daguerre als eerste een zogenaamde natte platen techniek. Daguerre gebruikte verzilverde koperplaten als drager. De plaat werd lichtgevoelig gemaakt door er een laag collodium op te gieten en vervolgens in een donkere kamer in een bad met zilvernitraat te dompelen. Na belichting in een camera obscura volgde een proces waar zelfs kwikdampen aan te pas kwamen om het beeld te ontwikkelen en te fixeren. Deze daguerreotypie was dus vrij duur en de chemicaliën waren niet zo gezond voor de fotograaf. Los van het feit dat je er beter niet aan snoof is collodium trouwens ook extreem ontvlambaar. In een donkere kamer werken was dus echt niet zonder gevaar, maar het leverde wel haarscherpe en vooral contrastvolle beelden op. Dus dat maakte veel goed.

Nadien kwamen er allerlei varianten op dit procédé, zoals de ambrotypie die op een glasplaat gemaakt werd. Veel goedkoper, maar jammer genoeg ook wel breekbaar. De tintype photography werd in 1856 bedacht door de Brit Frederick Scott Archer, die dat geknoei met glasplaten beu was en in tinnen plaatjes het beste van twee werelden vond: goedkoper en duurzaam.

Meer dan 150 jaar later beoefent Gregg McNeill opnieuw deze ambachtelijke fotografische techniek. Vorig weekend had ik het genoegen om voor zijn lens te mogen zitten, wat om diverse redenen toch een aparte belevenis is. Los van het feit dat hij een gigantische hoeveelheid permanent licht gebruikt moet je rekening houden met belichtingstijden van 6 tot 8 seconden. Tijdens die opnametijd mag je niet bewegen, dus was het gebruikelijk om achter het hoofd van de geportretteerde een soort metalen beugel te gebruiken waarin je hoofd vastgezet werd.

Voor een liefhebber van fotografie zoals ik, was het een boeiende ervaring om dit proces mee te maken. De geur van de vluchtige stoffen, het magische beeld dat ondersteboven staat in de camera en het langzaam zien opkomen van een beeld op een plaat: je krijgt er koude rillingen van. En als je de vergelijking maakt met onze hedendaagse digitale fotografie besef je hoeveel er veranderd is op 150 jaar.